Ik moest naar school komen, omdat onze zoon kon niet puzzelen in groep 2.
Hoe verzin je het. Thuis zat hij uren achter elkaar met puzzels van 500 en 1000 stukjes. Hij puzzelt omdat hij er zin in heeft, net als in de lego en knex. Ik was verontwaardigd toen de juf dit zei. Ik zei dat het thuis helemaal geen probleem was en dat ze hem morgen maar een moeilijke puzzel moest geven. Dan zou ze zien dat hij het écht wel kon.
Toen ik hem ophaalde de volgende ochtend, vroeg ik hoe het was gegaan met die puzzel. “Die puzzel wil ik écht niet maken,” zei hij. Waarom niet?
“Omdat ik geen straf heb!” Straf?! “Als juf boos wordt en we buiten spelen, dan moet je naar binnen en die puzzel maken. Ik was niet stout.” Ik reageerde dan ook dat ik dat helemaal snapte en ik er ook geen zin in had.
Ik wil jullie dan ook meegeven, dat je je bewust moet zijn van hoe je alles benoemt. Hoe je met materialen omgaat. Onze zoon bleef thuis puzzelen, want op school puzzelde hij niet meer.
Kijk ook eens naar hoe je omgaat met leeftijden en je reactie. “Daar ben je nog te klein voor.” Ook zo’n uitspraak die ik vaak hoor. Waarom kan dat niet? Je kunt het toch gewoon samen proberen? Eventueel als de kleintjes op bed liggen bij kleine onderdelen. samen proberen en je ziet of het écht te moeilijk is of dat het kan met jouw begeleiding en vervolgens alleen.