SCHOOLHERINNERING
Stedum
Ik wist het antwoord, maar ik zei niks.
Ik zat in de zesde klas toen er een leerkracht een gastles kwam geven. De directeur van onze school ging met pensioen en deze leerkracht had gesolliciteerd. Hij koos voor een gastles aardrijkskunde.
Hij startte met een vraag: “Hoeveel kilometer heb ik vandaag gereden om hier te komen? Ik woon in Zeist en om jullie te helpen, het is ongeveer net zo ver als naar Utrecht.”
Iedereen riep van alles. Vijftig kilometer. Honderd. Twintig. Vijfhonderd. Zelfs een duizend.
Ik snapte hun antwoorden totaal niet. Ik woonde in Stedum, in Groningen. Naar Groningen was het bijna 20 kilometer, dus via de ring naar de A28 moest twintig kilometer zijn. Op het bord stond vervolgens Utrecht 183. Dus het antwoord moest ongeveer 203 kilometer zijn.
Ik zei niks.
Mijn antwoord week zo af van de rest dat ik dacht: ik moet het mis hebben. Dus hield ik mijn mond. Ik luisterde, ik wachtte en ik juichte van binnen toen bleek dat ik precies goed had gerekend.
Stil juichen.
Dit is wat er gebeurt met kinderen die niet gezien worden. Ze leren niet dat ze ongelijk hebben. Ze leren dat het veiliger is om te zwijgen.
En dat zwijgen gaat niet weg als je groot wordt.
Het gaat mee. Naar de middelbare school, naar de eerste baan, naar vergaderingen, naar oudergesprekken, naar verjaardagen. Naar de momenten waarop je iets ziet, iets weet, iets voelt en je mond maar houdt. Omdat je ergens, lang geleden, hebt geleerd dat jouw antwoord niet paste.
Je weet vaak niet eens meer dat je het doet. Het is gewoon hoe je geworden bent.
Tot iemand je weer ziet. En je merkt dat je antwoord wél mag.
Ik zie jou. En ik hoor je ook.
Herken je iets? Laat het mij gerust weten.